NIEUWSFEED

Nieuws uit de Rechtspraak

Alle landelijke nieuwsberichten van de Rechtspraak
  1. Rechters gaan met ingang van volgend jaar op een andere manier berekenen hoeveel partneralimentatie mensen kunnen betalen na een echtscheiding. De Expertgroep alimentatie van de Rechtspraak komt 1 januari met nieuwe aanbevelingen (pdf, 163,2 KB), die de verschillen tussen kinder- en partneralimentatie zoveel mogelijk beperken. Daarvoor wordt een nieuw begrip ingevoerd: het woonbudget. Aan de hand daarvan wordt de financiële draagkracht van partijen bepaald. 

    Draagkracht vaststellen

    De financiële draagkracht van gescheiden partners speelt een rol als de hoogte van de alimentatie wordt bepaald. Bij de berekening van kinderalimentatie gaat de rechter ervan uit dat de ouders 30 procent van hun netto besteedbaar inkomen kwijt zijn aan wonen (in juridische termen: forfaitaire woonlast). Maar bij partneralimentatie wordt de draagkracht tot nu toe berekend op basis van de werkelijke woonlasten. Dat verandert per 1 januari.

    Voorspelbaar

    Binnen de familierechtspraak leeft al langer de wens om het vaststellen van de draagkracht voor kinder- en partneralimentatie zoveel mogelijk gelijk te trekken. De ervaring leert dat rekenen met een forfaitaire woonlast bij kinderalimentatie eenvoudig werkt. De uitkomst is voorspelbaar en leidt bijna nooit tot discussie, in tegenstelling tot de werkelijke woonlasten waarop partneralimentatie is gebaseerd. Daarbij kan een van de ex-partners bijvoorbeeld een heel dure woning huren en vervolgens stellen dat hij of zij daardoor niet kan bijdragen aan het levensonderhoud van de ander. Daar komen conflicten en rechtszaken uit voort. 

    Woonbudget

    Volgens de nieuwe normen van de expertgroep gaan rechters voor zowel partner- als kinderalimentatie rekenen met een woonbudget dat 30 procent van het netto inkomen bedraagt, waaruit alle woonkosten worden betaald. ‘Dat is een redelijk percentage’, zegt voorzitter Karel Braun, raadsheer bij het hof in Den Haag. ‘Uiteraard staat het iedereen vrij om meer uit te geven aan wonen, maar daar houden we in principe geen rekening meer mee bij de berekening van de alimentatie. Hetzelfde geldt als de werkelijke woonlasten lager zijn.’ 

    Uitzonderingen

    Het komt voor dat een onderhoudsplichtige partner er niet aan ontkomt meer uit te geven aan wonen dan het vastgestelde woonbudget. De rechter kan daar rekening mee houden bij de draagkrachtberekening als de hogere woonlasten niet vermijdbaar en niet verwijtbaar zijn. ‘Er kan ook reden zijn om rekening te houden met lagere woonlasten van de onderhoudsplichtige, als de ex-partner geld tekort komt en de rechter vraagt daar naar te kijken’, zegt Braun. ‘Die moeten dan wel duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan het woonbudget. Dat zal bijvoorbeeld niet het geval zijn als iemand die gescheiden is een nieuwe woning zoekt en tijdelijk bij zijn ouders is ingetrokken.’

    Jusvergelijking​

    In het algemeen vindt de expertgroep het redelijk dat de partner die alimentatie ontvangt daarna niet meer te besteden heeft dan de onderhoudsplichtige ex. De rechter kan op verzoek van betrokkenen het inkomen van beide partijen met elkaar vergelijken. ‘Nu geldt nog de zogeheten jusvergelijking: wat blijft er over aan vrije bestedingsruimte nadat aan de eerste levensbehoeften is voldaan? De ene partner mag niet meer vet overhouden dan de andere. Ook die manier van berekenen verandert volgend jaar. We bekijken dan wat beide partijen feitelijk te besteden hebben. Dat moet gelijk zijn nadat de alimentatie is betaald. Bijzondere kosten die niet verwijtbaar en niet vermijdbaar zijn, worden in die vergelijking meegenomen. Dit geldt ook voor de kosten van de kinderen, voor zover die niet uit een kindgebonden budget worden vergoed.’

    Invoering

    De expertgroep adviseert de nieuwe aanbevelingen toe te passen in zaken die na 1 januari 2023 op zitting worden behandeld en waarbij de ingangsdatum van de (gewijzigde) alimentatie op of na 1 januari 2023 ligt. 

  2. Op 27 september wees de Hoge Raad een belangrijk arrest over procesafspraken. Strafrechter Jacco Janssen en wetgevingsadviseur (en voormalig strafrechtadvocaat) Margje van Weerden blikken in de podcast De Staat van het Strafrecht vooruit naar de procesafspraak van de toekomst in deze extra lange editie.

    Ook bespreken ze andere actuele ontwikkelingen in het strafrecht en beantwoorden ze een vraag van een luisteraar. 

    Luister nu naar aflevering 11 in je favoriete podcastapp, of volg ons via www.rechtspraak.nl/podcasts.

  3. 204 rechtspersonen en 67 natuurlijke personen failliet verklaard

    Rechtbanken hebben in oktober 271 faillissementen uitgesproken. Dit zijn er 77 meer dan in september. Dit blijkt uit cijfers van de Raad voor de rechtspraak. Ondanks de stijging blijft het aantal faillissementen op een laag niveau. Vorige maand gingen 204 rechtspersonen (bedrijven/organisaties) en 67 natuurlijke personen (individuen) failliet.

    Vanaf mei 2020 is het aantal faillissementen scherp gedaald. De oorzaak van het lage aantal faillissementen is niet onderzocht, maar is met de coronacrisis in het achterhoofd wel opvallend te noemen.

    Hoe verloopt een faillissement?

    Als een bedrijf of persoon rekeningen niet meer betaalt, kan een faillissement worden uitgesproken door de rechtbank. Dit gebeurt duizenden keren per jaar. Als een bedrijf of persoon failliet wordt verklaard, benoemt de rechtbank een curator. De curator onderzoekt of een doorstart mogelijk is, beheert en verkoopt zo nodig de bezittingen van de failliete boedel. De curator zorgt er vervolgens voor dat, binnen wettelijke regelingen, aan de schuldeisers kan worden uitgekeerd of dat een burger kan worden toegelaten tot een wettelijke schuldsanering.

    Cijfers

    De faillissementscijfers worden maandelijks gepubliceerd en zijn ook beschikbaar als open data. Daarnaast worden alle uitgesproken faillissementen opgenomen in het openbare Centraal Insolventieregister.

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert ook faillissementscijfers, op basis van de gegevens van de Rechtspraak. Door de gegevens van de Rechtspraak te koppelen met andere beschikbare informatiebronnen toont het CBS bijvoorbeeld ook informatie per bedrijfstak. Door verschillen in rekenmodellen kunnen de cijfers van het CBS verschillen met de cijfers op deze pagina.

    Meer informatie: Faillissementscijfers

  4. Onderhoud start vrijdagavond 11 november om 20.00 uur

    Van vrijdagavond 11 november tot en met zondag 13 november zijn vrijwel alle computersystemen van de Rechtspraak niet bereikbaar vanwege groot onderhoud. Dit betekent dat niet digitaal kan worden geprocedeerd en onder meer Mijn Rechtspraak, het uitsprakenregister, formulieren en registers niet beschikbaar zijn. Uitzondering is rechtspraak.nl. De website blijft wel beschikbaar.

    De werkzaamheden starten op vrijdagavond om 20.00 uur en duren tot zondagavond 23.59 uur. Voor gedetailleerde informatie over welke systemen en diensten niet beschikbaar zijn, zie: onderhoud en storingen.

    Uitwijkmogelijkheden

    Is het voor u noodzakelijk om in deze periode stukken in te dienen? Kijk voor uitwijkmogelijkheden op de pagina Wat te doen bij onderhoud en storingen.

    Als u hier nog aanvullende vragen over heeft, dan kunt u via TwitterFacebook of Instagram contact met ons opnemen. Indien nodig verstuurt de Rechtspraak via Twitter informatie over de stand van zaken. 

    Op werkdagen kunt u ook bellen met het Rechtspraak Servicecentrum: 088 361 61 61. Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8.00 uur tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 uur tot 17.30 uur.

  5. ‘Voer in de aanloop naar de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering geen grootschalige ander beleid in.’ Dat was de belangrijkste boodschap aan de politiek afgelopen donderdag tijdens de Rechtsstaatpoort in perscentrum Nieuwspoort. Het halfjaarlijkse evenement werd voor de derde keer door de Raad voor de rechtspraak, Politie en het OM georganiseerd. De vernieuwing van het al meer dan 100 jaar oude wetboek stond deze keer centraal.


    Aan de hand van stellingen werd in een volle zaal van het perscentrum gediscussieerd over thema’s rond de invoering van het nieuwe wetboek. Een immense operatie die ervoor moet zorgen dat het wetboek in 2026 gebruikt kan gaan worden. Om beurten werd het gesprek gevoerd met Kamerleden Ulysse Ellian (VVD), Michiel van Nispen (SP) en Songül Mutluer (PvdA). Maar bijvoorbeeld ook Dian Brouwer namens de advocatuur, Johan Bac van Reclassering Nederland en Hans Leijtens van de Koninklijke Marechaussee, die allen met het nieuwe wetboek aan de slag moeten, waren vertegenwoordigd.

    Vernieuwing broodnodig

    Volgens Peter Pulles, lid Raad van de rechtspraak, komt de vernieuwing geen moment te vroeg. 'Je kunt het huidige wetboek vergelijken met een oude villa die 100 jaar geleden voldeed, maar waarin van alles is gebeurd: verwarming, televisie, serres aangebouwd, de zolder vertimmerd. Dan heb je het over allerlei nieuwe bepalingen: uitbreiding van slachtofferrechten, moderne opsporingsmethoden. Die zijn allemaal in het wetboek beland en die hebben daar een plek gekregen die niet altijd logisch is.' Niet alleen professionals, maar burgers kunnen het wetboek dan ook begrijpen, aldus Pulles.  

    Commandant van de Koninklijke Marechaussee Hans Leijtens ziet als voordeel dat de toolbox van de Marechaussee bij de tijd wordt gebracht, bijvoorbeeld bij digitale opsporing. Hanneke Ekelmans, lid korpsleiding van de Politie benadrukte het belang om in de wet ruimte te behouden om ook mee te kunnen bewegen met de behoeftes van de opsporing.

    VVD Tweede Kamerlid Ulysse Ellian is het daar mee eens. Hij zou het zonde vinden als het nieuwe wetboek 'dichtgetimmerd' is. Dat betekent dat het snel verouderd en weer gewijzigd zou moeten worden. De ontwikkelingen gaan snel. Johan Bac van Reclassering noemde juist als voordeel dat hij blij is dat de rechter-commissaris  straks in een vroeg stadium een adviesrapport van de reclassering kan betrekken bij de toets of iemand vast moet blijven zitten. Ook Tweede Kamerlid Songul Mutluer vindt het voorstel in de wet voor de beweging naar voren een heel positieve ontwikkeling.

    Slagen van operatie

    Door de organiserende partijen werd vervolgens ook besproken wat een soepele invoering in de weg kan staan. Zo benadrukte de Raad voor de rechtspraak het belang van ruimte voor maatwerk door een actieve rechter en waarschuwde hoofdofficier van Justitie Jan Eland dat de strafrechtketen nu al zwaar belast is en dit een probleem kan vormen voor de invoering van het nieuwe wetboek.

    Deze boodschap kwam bij de politiek zeker aan: SP Kamerlid Michiel van Nispen benadrukte dat de Tweede Kamer goed moet luisteren naar de uitvoering. Advocaat Dian Brouwer plaatste een kritische noot, namelijk dat de betrokkenheid van de advocatuur bij de totstandkoming van het nieuwe wetboek beperkt is en er vaak is geknabbeld aan de rechten van de verdachte. 

    Beleidsluwe periode

    Maar de aanwezige vertegenwoordigers benadrukten met name dat het erg belangrijk is dat tijdens de invoering van het nieuwe wetboek de politiek geen grootschalige andere beleidsinitiatieven start. Volgens Jan Eland zelfs een ‘heel beleidsluwe periode, zodat wij ons kunnen focussen op deze immense operatie.'

    De Nederlandse orde van advocaten (NOVA) onderschrijft de oproep van politie, OM en ZM om voldoende tijd en ruimte beschikbaar te houden voor alle professionals in de strafrechtketen rond de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek. 'Ook voor de advocatuur geldt dat de drukke praktijk doorgaat terwijl men een heel nieuw strafprocesrecht onder de knie moet krijgen.’

    Rechtsstaatpoort gemist? Kijk hier de volledige stream van de bijeenkomst terug.